arrow close icon-chevron-left icon-chevron-right icon-twitter icon-facebook icon-linkedin icon-zoom icon-trash icon-user icon-cart icon-search icon-chat
Platforms / Horizontale samenwerking samenwerkingsovereenkomst
Supply chain Samenwerking in de supply-chain

Horizontale samenwerking tussen verladers

1. Inleiding

Een verlader zal zijn goederen slechts laten vervoeren van A naar B indien hem dat een voordeel oplevert. Als verkoper heeft de verlader er belang bij dat de goederen bij de koper terecht komen. Andersom heeft de koper er belang bij dat de goederen bij hem worden afgeleverd. Wie het transport betaalt en regelt, hangt van de bij de koop gemaakte afspraken af. Linksom of rechtsom: de reden voor het vervoeren van die goederen is uiteindelijk dat er waarde aan die goederen wordt toegevoegd. Die waarde moet in het economisch verkeer bij voorkeur zo hoog mogelijk zijn.

Om het transport zo optimaal mogelijk te organiseren, kan horizontale samenwerking tussen de verladers winstgevend zijn. In deze bijdrage staat horizontale samenwerking tussen verladers centraal.[i]

2. Wie zijn de partijen bij de vervoerovereenkomst?

Eerst kort iets over de partijen bij de vervoerovereenkomst. Partijen bij een overeenkomst van goederenvervoer zijn de afzender en de vervoerder. Het is de vervoerder die zich jegens de afzender verbindt zaken te vervoeren.[ii] Voor wegvervoer geldt dat de vervoerder zich jegens de afzender verbindt door middel van een voertuig zaken uitsluitend over de weg en anders dan over spoorwegen te vervoeren.[iii]

De centrale spelers zijn dus de vervoerder en de afzender. De afzender is de opdrachtgever van de vervoerder. Dat is in de regel de verlader, ofwel de belanghebbende bij de lading die goederen van A naar B wenst te laten vervoeren. In de praktijk zit er regelmatig nog een schakel tussen de ladingbelanghebbende zelf en de vervoerder. Dat is dan vaak de expediteur.[iv] De expediteur verbindt zich tegenover zijn opdrachtgever tot het ten behoeve van die opdrachtgever sluiten van een vervoerovereenkomst met een vervoerder.

3. Horizontale samenwerking: vormen van samenwerking tussen verladers

Ik beschrijf hieronder twee vormen van samenwerking.

1. Een nieuw op te richten vennootschap

a. Juridisch

De verladers kunnen besluiten de samenwerking te gieten in een aparte, nieuw op te richten vennootschap. Indien de verladers gezamenlijk een nieuwe besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid[v] oprichten, verkrijgen zij de aandelen in deze B.V. Laten we deze nieuwe B.V. noemen: ‘Horizon B.V.’. De aandeelhouders dienen afspraken te maken over tal van relevante onderwerpen, die zij kunnen vastleggen in een aandeelhoudersovereenkomst. Onderwerpen kunnen zijn:

  • De duur van het bestaan van de B.V.,
  • Mogelijke uittreding en/of toetreding van nieuwe verladers,
  • Uitgifte van aandelen,
  • Het eventueel instappen van investeerders.

Het is dan Horizon B.V. die de vervoerovereenkomst met de vervoerder sluit en te beschouwen is als de afzender. De vervoerder blijft de vervoerder.

b.Financieel & Operationeel

Deze B.V. moet worden gefinancierd door de (banken van de) aandeelhouders.

Horizon B.V. is het aanspreekpunt voor de vervoerder. De dagelijkse leiding van Horizon B.V. ligt bij de directie / een CEO.

2. Horizontale samenwerkingsovereenkomst

a. Juridisch

De verladers kunnen ook besluiten de samenwerking te gieten in een samenwerkingsovereenkomst. De verladers zijn allen partij bij deze samenwerkingsovereenkomst. In deze overeenkomst leggen zij afspraken vast over alle relevante onderwerpen, zoals:

  • de duur van de samenwerking,
  • de financiële bijdragen die zij dienen te doen, met eventuele bonussen,
  • onderlinge aansprakelijkheid,
  • vertegenwoordiging,
  • opzegging van de samenwerking,
  • een onverhoopt faillissement van een van de verladers,
  • de verdeling van de aan de vervoerder te betalen vrachtprijs,
  • te sluiten verzekeringen.

De verladers die voor deze vorm van samenwerking kiezen, sluiten gezamenlijk een vervoerovereenkomst met de vervoerder. Deze vorm lijkt in de praktijk op groupagevervoer: meerdere zendingen worden gebundeld en door een vervoerder in ontvangst genomen, geconsolideerd en vervoerd.

Het verschil met groupagevervoer is dat de verladers niet allen een separate overeenkomst sluiten met de vervoerder, maar door de samenwerking nu gezamenlijk een enkele vervoerovereenkomst sluiten.

De vervoerder blijft de vervoerder. Wat betreft diens wederpartij zijn weer enkele vormen mogelijk:

  • De verladers trekken gezamenlijk op en sluiten ook gezamenlijk een vervoerovereenkomst met de vervoerder.
  • De verladers wijzen een van hen aan als het aanspreekpunt van de vervoerder. Deze verlader vertegenwoordigt de andere verladers en is te beschouwen als de afzender. In de samenwerkingsovereenkomst moet worden bepaald welke bevoegdheden deze vertegenwoordiger precies krijgt en hoe de aansprakelijkheid is geregeld indien dat mandaat wordt overschreden bijvoorbeeld.
  • De verladers wijzen een derde partij aan om hen te vertegenwoordigen. Dat kan bijvoorbeeld een expediteur zijn, een 3PL of een 4PL.

b. Financieel & Operationeel

De samenwerking moet worden gefinancierd en geleid. Indien een van de verladers wordt belast met de dagelijkse operationele leiding en het sluiten van de vervoerovereenkomsten met de vervoerder, zal deze verlader in de regel een vergoeding krijgen voor zijn diensten. Die vergoeding kan toe- of afnemen al naar gelang de prestaties van deze aangewezen verlader. Als er bijvoorbeeld bepaalde vooraf vastgelegde kernprestaties worden behaald, kan dat een bonus opleveren. Dat wordt vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst. Als de samenwerkende verladers gezamenlijk een expediteur of logistiek dienstverlener aanwijzen, geldt iets vergelijkbaars. Deze externe dienstverlener kan overeenkomstig worden betaald.

Daarnaast zijn er de transportkosten. De verladers kunnen afspreken dat zij ieder een gelijk deel dragen van de kosten. Meer voor de hand liggend is dat zij bijdragen naar rato van het volume van de aangeboden lading.

De financiering geschiedt door de (banken van de) gezamenlijke verladers. Ook denkbaar is dat e.e.a. wordt gefinancierd uit de opbrengst van de besparingen die de horizontale samenwerking oplevert.

4. Welke keuze is de beste keuze?

Op voorhand kan niet worden gezegd dat een van de beschreven vormen van horizontale samenwerking de beste vorm is. De keuze hangt af van tal van factoren, zoals bijvoorbeeld de gewenste duur van de samenwerking. Is die samenwerking beoogd voor een enkel project of juist voor een langduriger samenwerking? Als het om een enkel transportproject gaat, is een tamelijk eenvoudige samenwerkingsovereenkomst interessant. Gaat het om een langduriger samenwerking, dan komt de B.V. meer in beeld.

Ook de aansprakelijkheid van de verladers tegenover de vervoerder kan een rol spelen. De verladers hebben in ieder geval de mogelijkheid hun exposure te beperken door de horizontale samenwerking te gieten in Horizon B.V. Het vermogen van die B.V. is dan in beginsel ook het bedrag dat voor de vervoerder ‘beschikbaar’ is indien de afzender aansprakelijk is voor schade. Het vermogen van de achterliggende verladers (de aandeelhouders) blijft in principe buiten het bereik van de vervoerder.

5. Aansprakelijkheid van de afzender jegens de vervoerder

Van groot belang is de eventuele aansprakelijkheid van de afzender jegens de vervoerder. Dat is een belangrijke factor, waar de verladers rekening mee moeten houden indien zij besluiten tot horizontale samenwerking. Ik ga in het hiernavolgende nader in op de aansprakelijkheid van de afzender jegens de vervoerder.

Op de afzender rusten tal van verplichtingen en aansprakelijkheden. Ik beschrijf enkele relevante bepalingen hieronder. Vervolgens komt de vraag aan de orde wat de impact van deze aansprakelijkheden kan zijn op de horizontale samenwerking tussen de verladers.

Hierbij moet goed voor ogen worden gehouden dat de aansprakelijkheid van de afzender jegens de vervoerder in beginsel onbeperkt is. Hier geldt geen limiet! De afzender dient zich voor dergelijk potentieel hoge schadevergoedingen contractueel in te dekken, voor zover de wet dat toestaat. Immers, van bepalingen van dwingend recht mogen partijen niet afwijken.

De wet, de AVC 2002 en de CMR noemen onder meer de volgende verplichtingen en aansprakelijkheden:

a. Vrachtprijs

In de eerste plaats is de afzender de debiteur van de vrachtprijs.[vi] De horizontale samenwerkingsovereenkomst moet bepalingen bevatten over de verdeling van de vracht. Maar: indien een van de verladers is aangewezen als de partij die de vervoerovereenkomst moet sluiten met de vervoerder, dan is het deze verlader die jegens de vervoerder instaat voor de vracht.

Die vracht kan per maand of per jaar fors oplopen. Indien de verladers gezamenlijk optrekken en gezamenlijk een vervoerovereenkomst sluiten, staan zij gezamenlijk in voor de verschuldigde vracht. De vervoerder kan in de vervoerovereenkomst bedingen dat de verladers hoofdelijk aansprakelijk zullen zijn voor de gehele vracht, waarna de verladers dat onderling dan maar weer moeten zien te verhalen. Een dergelijk beding is toegestaan.

b. Het ter beschikking stellen van de goederen

De afzender is gehouden de zaken op de overeengekomen plaats en tijd ter beschikking te stellen van de vervoerder. Doet hij dat niet, dan is de afzender verplicht de schade te vergoeden die de vervoerder daardoor lijdt.[vii]

Als de vervoerder de vervoerovereenkomst opzegt omdat er helemaal geen goederen klaar staan, dan blijft de afzender overigens verplicht de vracht te betalen.[viii]

c. De inhoud van de vrachtbrief

De afzender is jegens de vervoerder aansprakelijk voor alle kosten en schaden veroorzaakt door onnauwkeurigheid of onvolledigheid van de inhoud van de vrachtbrief. Het gaat dan bijvoorbeeld om de plaats en datum van inontvangstneming van de goederen en de plaats van aflevering, de naam en het adres van de geadresseerde, de aard van de goederen en het aantal colli, etc.[ix]

d. Documenten en inlichtingen

Een vergelijkbare aansprakelijkheid bestaat indien de afzender niet de voor het vervoer of douaneformaliteiten benodigde documenten en inlichtingen verschaft aan de vervoerder.[x]

e. Schade door materiaal of lading, gebrekkige verpakking

Vervolgens zegt de wet dat de afzender verplicht is de vervoerder de buitengewone schade te vergoeden, die materiaal dat hij deze ter beschikking stelde of zaken die deze ten vervoer ontving, dan wel de behandeling daarvan, de vervoerder berokkenden.[xi]

Dit is slechts anders indien deze schade is veroorzaakt door een omstandigheid die voor rekening van de vervoerder komt. Daarbij gaat het om omstandigheden, die in geval van beschadiging van door hem vervoerde zaken voor rekening van de vervoerder komen.[xii] Denk bijvoorbeeld aan schade door een gebrekkig voertuig.

f. Gevaarlijke zaken

Als de goederen een onmiddellijk dreigend gevaar opleveren en de afzender heeft niet voldaan aan zijn informatieplichten, mag de vervoerder de goederen op ieder ogenblik en op iedere plaats lossen, vernietigen of op andere wijze onschadelijk maken. De afzender is aansprakelijk voor alle kosten en schade die de vervoerder hierdoor lijdt.[xiii] Dit is dwingend recht, dus er mag contractueel niet van worden afgeweken.[xiv]

g. ‘Kosten onderweg’

De afzender moet de vervoerder de schade vergoeden die deze lijdt doordat hij als zaakwaarnemer de belangen van een rechthebbende op de goederen behartigd heeft.[xv]

h. Boete bij overbelading

De AVC 2002 bepalen nog expliciet dat de afzender de bij overbelading opgelegde boete in beginsel moet vergoeden.[xvi]

6. Nog een overeenkomst: opslag in loods en het verzamelen van lading

In deze bijdrage is vooral gekeken naar horizontale samenwerking tussen verladers bij het transport van de goederen. Het gaat dan met name om het optimaliseren van de omstandigheden rondom het transport.

Ik voeg daar nog aan toe de mogelijkheid dat de verschillende van de verladers afkomstige zendingen eerst worden verzameld in een loods. Dat kan de loods zijn van een van de verladers. Dit kan ook een loods zijn van Horizon B.V. of een derde, bijvoorbeeld een logistiek dienstverlener die ook de vervoerovereenkomst met de vervoerder sluit.

a. Juridisch

Vraag is hoe deze tijdelijke opslag op het verzamelpunt moet worden gekwalificeerd. Indien de verladers hun goederen laten vervoeren naar de loods van Horizon B.V., die de goederen daar tegen een vergoeding enige tijd opslaat en vervolgens de container stuft, is het maar een kleine stap naar een bewaarnemingsovereenkomst.[xvii] De verladers zijn dan te beschouwen als bewaargevers en Horizon B.V. als bewaarnemer. De bewaarnemer moet de zorg van een goed bewaarnemer in acht nemen.[xviii] In het scenario waarin een van de verladers de opslag en het verzamelen van de lading op zich neemt, kan er sprake zijn van bewaarneming door deze verlader.

b. Operationeel en financieel

De financiële voordelen van tussentijdse opslag liggen voor de hand: de vervoerder hoeft in dit scenario niet alle deelladingen op te halen bij de verschillende verladers, maar kan deze in ontvangst nemen in de verzamelloods. De vrachtprijs kan daardoor lager uitvallen.

Aan deze opslag zijn uiteraard ook weer kosten verbonden. Indien een van de verladers of Horizon B.V. een loods als verzamelpunt ter beschikking stelt, zal daar een financiële vergoeding voor worden bedongen. Ook zullen eventuele logistieke werkzaamheden in de loods aan de andere verladers worden doorbelast. Dat kan naar rato van de te vervoeren goederen, of in gelijke delen worden omgeslagen over de verladers.

7. Aansprakelijkheid verladers jegens vervoerder, loods en onderling

Hierboven is beschreven hoe de aansprakelijkheid van de afzender onder de vervoerovereenkomst eruit kan zien. Die aansprakelijkheid heeft twee kanten: extern en intern. De externe aansprakelijkheid betreft in het kader van deze bijdrage de aansprakelijkheid jegens de vervoerder en die jegens de bewaarnemer in de verzamelloods. Met de interne aansprakelijkheid wordt de aansprakelijkheid tussen de verladers onderling bedoeld. Ik ga hieronder op die aansprakelijkheden in en illustreer dat aan de hand van voorbeelden.

1. De vervoerovereenkomst

De vervoerder heeft bij voorkeur meerdere partijen om aan te spreken. Als het aan de vervoerder ligt, zijn de verladers / afzenders hoofdelijk verbonden. Dat houdt in dat zij allen door de vervoerder voor het geheel van de vordering kunnen worden aangesproken. Onderling moeten de verladers dit dan verhalen en verdelen. Ik geef een voorbeeld.

Stel dat de goederen die verlader A aanbiedt gevaarlijke zaken zijn, bijvoorbeeld een vat met chemische stoffen. Verlader A geeft geen verdere inlichtingen aan de vervoerder over de aard van deze lading. Verladers B, C en D bieden respectievelijk levensmiddelen, T-shirts en wijn aan. De vier deelzendingen worden door de vervoerder verzameld en geladen in de vrachtwagen voor vervoer, onder CMR, van Eindhoven naar Bordeaux (Frankrijk). Het vat chemische stoffen van verlader A staat tegen het kopschot. Tijdens een pauze te Frankrijk bemerkt de vervoerder dat het vat met chemische stoffen lekt. Het deksel van het vat blijkt niet goed te sluiten. De zendingen levensmiddelen, T-shirts en wijn raken volledig besmeurd met de chemische stof.

De gehele laadvloer van de trailer is ernstig beschadigd geraakt en moet worden gerepareerd. De schade aan het voertuig bedraagt EUR 16.000,-. Onduidelijk blijft of de zending van verlader A alle schade aan de laadvloer heeft veroorzaakt of dat de gecontamineerde zendingen ook hebben bijgedragen aan de beschadiging.

De chauffeur vertrouwt de zaak niet en gaat in overleg met lokale autoriteiten over tot vernietiging van alle (gecontamineerde) zendingen. De vernietigingskosten belopen EUR 20.000,-.

De vervoerder zit dus met een totale schade van EUR 36.000,-. Wie kan hij hiervoor aanspreken? De basis voor die aanspraak vindt de vervoerder in artikel 22 lid 2 en/of artikel 10 CMR.

  1. Indien Horizon B.V. de afzender is, kan de vervoerder alleen Horizon B.V. aanspreken voor de gehele schade.
  2. Indien de verladers een horizontale samenwerkingsovereenkomst sloten en een van hen (stel verlader B) aangewezen is om als afzender op te treden, is verlader B de afzender. De vervoerder kan dan alleen verlader B aanspraken voor de gehele schade.
  3. Indien de verladers een horizontale samenwerkingsovereenkomst sloten en allen als afzender zijn te beschouwen, kan de vervoerder alle vier de verladers aanspreken voor de gehele schade.

Stel de schade aan de vervoerder wordt volledig vergoed. In alle drie genoemde gevallen zal verlader A zich geconfronteerd zien met een regresvordering: Horizon B.V. draait zich om, of de aangewezen verlader B draait zich om, of verladers B, C, en D draaien zich om.

Daar komt nog een claim bij. Ook regres van de ladingschade aan de zendingen van verladers B, C en D komt namelijk in beeld. Immers: verladers B, C en D zullen stellen dat de oorzaak van het verloren gaan van hun zendingen is toe te rekenen aan verlader A. Deze onderlinge aansprakelijkheid wordt niet beheerst door de CMR. Limieten gelden hier evenmin! Verladers B, C en D zouden kunnen proberen de vervoerder aansprakelijk te stellen voor het verlies van hun zendingen, maar het ligt voor de hand aan te nemen dat de vervoerder ontsnapt aan aansprakelijkheid voor het verlies van de zendingen.[xix]

Hier dient de samenwerkingsovereenkomst respectievelijk de aandeelhoudersovereenkomst uitkomst te bieden. In de samenwerkingsovereenkomst dient de onderlinge aansprakelijkheid te zijn geregeld. Daarin kan dus worden bepaald dat de verlader aan wie de oorzaak van afzendersaansprakelijkheid kan worden toegerekend, volledig moet instaan jegens de andere verladers voor de schade. Ook een bepaling over de verplichting voor de verladers om een passende verzekering te sluiten is hier van belang.

Zonder overeenkomst kent de wet bij hoofdelijk schuldenaarschap overigens een regeling voor onderling regres. [xx] Indien de verladers hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de genoemde schade aan het voertuig van de vervoerder en de vernietigingskosten, dan bepaalt de wet: hoofdelijk schuldenaren zijn, ieder voor het gedeelte van de schuld dat hem in hun onderlinge verhouding aangaat, verplicht bij te dragen in de kosten en de schade. Dus: als de oorzaak van de beschadiging aan de laadvloer geheel is toe te reken aan het lekkende vat van verlader A, dan komt de rekening uiteindelijk voor het geheel bij verlader A terecht.

2. Opslag in de verzamelloods

Ook in de verzamelloods kan iets mis gaan. Stel nu dat een van de verladers, verlader A, als bewaarnemer optreedt. Bij het plaatsen van de goederen van verlader B in een stelling valt een pallet naar beneden, waardoor de goederen van verlader B beschadigen. De aansprakelijkheid van verlader / bewaarnemer A jegens verlader / bewaargever B is in beginsel onbeperkt! Dat zal verlader B prima vinden, maar dit risico maakt het voor collega verladers onaantrekkelijk om als verzamelpunt op te treden. Het past ook niet goed in het kader van de horizontale samenwerking om verlader A aan te spreken voor de volledige schade.

Hier zijn maatwerk-afspraken nodig in de samenwerkingsovereenkomst. Daarin kan worden opgenomen dat verlader / bewaarnemer A niet of beperkt aansprakelijk is voor eventuele schade door zijn handelen of nalaten. Hetzelfde geldt als Horizon B.V. wordt opgericht en tevens als verzamelpunt optreedt. Bij voorkeur worden er maatwerk-afspraken gemaakt over de aansprakelijkheid van Horizon B.V. jegens de gezamenlijke verladers.

8. Slotopmerkingen

Efficiënte horizontale samenwerking leidt tot kostenbesparingen. Die samenwerking kan in verschillende vormen worden gegoten, waarbij maatwerk vereist is. Met name waar het gaat om de aansprakelijkheid van verladers jegens de vervoerder en de onderlinge aansprakelijkheid, moeten vooraf sluitende afspraken gemaakt worden om te voorkomen dat de samenwerking vroegtijdig strandt.

Voetnoten

[i] Ik beveel van harte aan het lezen van het artikel van dr. Wouter Verheyen en mr. Marta Kolacz in Weg en Wagen nr. 81: ‘Horizontale samenwerking in de logistiek’. In dat artikel zijn ook nuttige voorbeelden van contractsclausules opgenomen.

[ii] Artikel 8:20 lid 1 BW.

[iii] Artikel 8:1090 BW.

[iv] Artikel 8:60 BW

[v] Artikel 2:175 BW.

[vi] Artikel 8:1128 BW, artikel 7 AVC 2002.

[vii] Artikel 8:1110 BW, artikel 4 lid 2 AVC 2002.

[viii] Artikel 8:1112 lid 1 BW.

[ix] Artikel 7 CMR.

[x] Artikel 8:1115 BW, artikel 11 CMR.

[xi] Alleen buitengewone schade: gewone schade is verdisconteerd in de vracht, is de achterliggende gedachte. Zie ook artikel 10 CMR.

[xii] Artikel 8:1117 BW.

[xiii] Artikel 8:1118 lid 1 BW, artikel 22 CMR.

[xiv] Artikel 8:1118 lid 5 BW.

[xv] Artikel 8:1129 BW.

[xvi] Artikel 4 lid 5 AVC 2002.

[xvii] Artikel 7:600 BW.

[xviii] Artikel 7:602 BW.

[xix] Zie voor de vervoerdersaansprakelijkheid de bijdrage van Mr. L.R. van Hee in deze syllabus.

[xx] Artikel 6:10 lid 1 BW.