arrow close icon-chevron-left icon-chevron-right icon-twitter icon-facebook icon-linkedin icon-zoom icon-trash icon-user icon-cart icon-search icon-chat
vrachtbrief
Vraag uit de praktijk

Vraag uit de praktijk over de aangescherpte vrachtbriefverplichting

Vraag:

Bij goederenvervoer door een beroepsvervoerder moet er een (elektronische) vrachtbrief opgemaakt zijn. Wat controleert de politie c.q. inspectie bij aanhouding onderweg?[1]

Antwoord:

In België en andere lidstaten van de EU wordt door de politie bij controle onderweg niet alleen gecontroleerd op aanwezigheid van de vrachtbrief, maar ook op de juistheid en volledigheid van de ingevulde gegevens. In Nederland worden controles nu ook aangescherpt. Daartoe is de formulering van de Wet Wegvervoer goederen per 1 januari 2021 aangepast.

Elektronische vrachtbrief op scherm tonen

Aan de verplichting om een vrachtbrief op te maken bij elk goederentransport ten behoeve van derden is de verplichting toegevoegd dat bij controle door politie of inspectie een volledig en juist ingevulde vrachtbrief direct moet worden getoond. Dat betekent voor de elektronische vrachtbrief dat de chauffeur een scherm tot zijn beschikking moet hebben, waarop de vrachtbrief kan worden getoond online of offline (als de vrachtbrief gedownload is). Dat scherm kan een mobiele telefoon/tablet zijn of een mobiele boordcomputer. Om de discussie met handhaving te ontlopen over de rechtsgeldigheid van de elektronische vrachtbrief adviseren wij om alleen vrachtbrieven te gebruiken van een door het NIWO erkende leverancier. De lijst van erkende leveranciers vindt u hier.

Verantwoordelijke partij

Bij de wetswijziging van 1 januari is vastgelegd, welke partij bij de vervoerovereenkomst verantwoordelijk is voor de juistheid en volledigheid van de gegevens die zijn ingevuld op de vrachtbrief.

Vervoerder: Kort gezegd dient de vervoerder ervoor te zorgen dat er een vrachtbrief is opgemaakt. Tevens moet hij ervoor zorgen, dat hij de vrachtbrief kan tonen op het moment dat politie of inspectie daarom vragen. Belangrijk is nog dat de vervoerder in moet staan voor de juiste vermelding van zijn naam en adres. Voor de overige, verplichte informatie op de vrachtbrief, dus gegevens over de afzender, over de geadresseerde en over de lading, dient de afzender zorg te dragen. Let op: de vervoerder is de partij die de vervoerovereenkomst met de afzender is aangegaan. Indien een ondervervoerder de zending ophaalt, tekent deze namens de vervoerder de vrachtbrief en vult daarbij het kenteken in van de wagen, waarmee de lading vervoerd wordt.

Afzender: De afzender is verantwoordelijk in het geval van binnenlands vervoer voor de naam en het adres van de afzender, alsmede van de geadresseerde. Bovendien vermeldt hij een beperkte beschrijving van de goederen, namelijk benoeming van de soort goederen en het brutogewicht. Op vrachtbrieven bestemd voor internationaal vervoer is de formulering van de lijst met gegevens gelijk aan de opsomming in het CMR-Verdrag, echter met de toevoeging, dat deze gegevens volledig en juist dienen te zijn.

Ook controle op overbelading en criminaliteit

Een belangrijke reden voor de aanpassing van de wet is de wens van de minister voor Infrastructuur en Waterstaat om qua handhaving in de pas te lopen met andere EU-lidstaten. Door deze aanpassing is het voor de Inspectie (ILT) bovendien eenvoudiger geworden om te controleren op overbelading en op frauduleuze vervoersactiviteiten.

 

Voetnoten 

 

[1] Zie ook het overzichtsartikel van Papis Seck in Weg en Wagen 87, Juni 2019 “Handhaving onderweg”